Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2021
Onder 2.36 Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:21.
“Het onderdeel klaagt terecht dat het hof het verzoek tot vergoeding van de bedoelde kosten niet op grond van art. 237 Rv kon passeren. Het gaat immers niet om kosten die zijn gemaakt met het oog op deze procedure (vgl. HR 7 mei 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0950, NJ 1993/657 (…)). Het onderdeel gaat evenwel uit van een onjuiste rechtsopvatting voor zover het betoogt dat het hof de advocaatkosten had moeten betrekken bij het vaststellen van de billijke vergoeding. Die kosten houden immers geen verband met de vernietigbare opzegging van de arbeidsovereenkomst. Een aanspraak op vergoeding van deze kosten zou wel kunnen worden ontleend aan schending door de werkgever van diens verplichting om zich als een goed werkgever te gedragen, in samenhang met art. 6:96 BW. Art. 7:686a lid 3 BW opent de mogelijkheid ook op die basis in deze procedure vergoeding van de kosten te verzoeken. Na verwijzing zal het verzoek tot vergoeding op laatstgenoemde grondslag alsnog kunnen worden beoordeeld.” (onderstreping toegevoegd).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/add8f0a5b1ea28885a472828c2f1d7ef0c8109286114e34ed92a60c111f31252. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt add8f0a5b1ea28885a472828c2f1d7ef0c8109286114e34ed92a60c111f31252, en de alinea staat in dat document op bytes 70853 tot 71991.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/add8f0a5b1ea28885a472828c2f1d7ef0c8109286114e34ed92a60c111f31252 | shasum -a 256