Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2021
Onder 2.37 Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:21.
In de onderhavige zaak stonden de kantonrechter en het hof voor de vraag of de subsidiair en meer subsidiair ingestelde vorderingen op de voet van art. 7:611 BW respectievelijk art. 7:658 BW vorderingen zijn die “verband houden” met het primaire verzoek van de werknemer op grond van art. 7:682 lid 1, onder c, BW. In de onderhavige procedure was de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een gegeven. Van de door Van Slooten gevreesde situatie waarin de gerelateerde vorderingen de behandeling van het ontbindingsverzoek te lang ophouden, is hier geen sprake; het ging uitsluitend om de financiële afwikkeling van de arbeidsrelatie die tussen partijen heeft bestaan. Aan deze vorderingen heeft de werknemer dezelfde feiten ten grondslag gelegd als aan zijn primaire verzoek. Dit brengt mij tot de conclusie dat het alleszins verantwoord was om zowel de vordering op de voet van art. 7:611 BW als de meer subsidiaire vordering uit hoofde van art. 7:658 BW aan te merken als ‘samenhangende vorderingen’ in de zin van art. 7:686a lid 3 BW. Verder behoeven de subonderdelen 3.1.21 – 3.1.25 geen bespreking.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/add8f0a5b1ea28885a472828c2f1d7ef0c8109286114e34ed92a60c111f31252. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt add8f0a5b1ea28885a472828c2f1d7ef0c8109286114e34ed92a60c111f31252, en de alinea staat in dat document op bytes 72091 tot 73254.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/add8f0a5b1ea28885a472828c2f1d7ef0c8109286114e34ed92a60c111f31252 | shasum -a 256