Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2021

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:21.

In rov. 5.32 heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat, gelet op hetgeen het hof (in rov. 5.8 – 5.10) had overwogen met betrekking tot de grondslag van art. 7:682 BW, deze stellingen evenmin leiden tot het oordeel dat sprake is van slecht werkgeverschap van deze werkgeefster (art. 7:611 BW) of tot het oordeel dat deze werkgeefster een op haar rustende zorgplicht jegens deze werknemer heeft geschonden (art. 7:658 BW). Het hof heeft zijn eerdere motivering in rov. 5.32 dus opnieuw gebruikt; dit geldt in het bijzonder voor het aspect van kenbaarheid voor de werkgeefster. Onderdeel 1 berust mijns inziens op een onjuiste lezing van de desbetreffende overwegingen van het hof en mist om deze reden feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/add8f0a5b1ea28885a472828c2f1d7ef0c8109286114e34ed92a60c111f31252. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt add8f0a5b1ea28885a472828c2f1d7ef0c8109286114e34ed92a60c111f31252, en de alinea staat in dat document op bytes 27837 tot 28610.