Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.

41. Het arrest van het Europese Hof in de zaak Keskin onderstreept in elk geval het uitgangspunt dat de verdachte na een daartoe strekkend initiatief van de verdediging in de gelegenheid moet worden gesteld om een belastende getuigenverklaring aan te vechten en daartoe de getuige te ondervragen. De verdediging kan aldus de betrouwbaarheid van een getuigenverklaring toetsen en eventuele onjuistheden of inconsistenties ten overstaan van de rechter blootleggen. Dat recht is neergelegd in art. 6, derde lid, aanhef en onder d, EVRM en dient te worden vooropgesteld. Dat betekent ook dat als uitgangspunt heeft te gelden dat het belang van de verdediging bij de ondervraging van een belastende getuige teneinde de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid te kunnen toetsen dient te worden verondersteld. Afwijzing van het verzoek een niet eerder ondervraagde getuige te horen met de enkele motivering dat de verdediging heeft verzuimd te onderbouwen waarin het belang van het horen van de getuige is gelegen, verdraagt zich daarmee niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 80033 tot 81079.