Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.
46. Het voorafgaande betekent echter niet dat daarmee het noodzakelijkheidscriterium en de maatstaf van het verdedigingsbelang kunnen worden gelijkgeschakeld. Ook ingeval een goede reden voor het niet horen van een getuige ontbreekt, hoeft dat immers niet te betekenen dat de procedure ‘as a whole’ in strijd is met art. 6 EVRM. De rechter zal bij de beoordeling van een verzoek tot het horen van een getuige kunnen anticiperen op de vraag of zonder ondervragingsmogelijkheid de verklaring van de getuige voor het bewijs kan worden gebruikt. Daarbij kan het hooguit gaan om een voorlopige beoordeling, waarbij in elk geval het gewicht van de getuigenverklaring die zich in het dossier bevindt van betekenis is en wordt bezien in het licht van het overige bewijsmateriaal. Een dergelijke benadering betekent naar mijn mening bijvoorbeeld ook dat in een geval waarin zes getuigen soortgelijke – belastende – verklaringen hebben afgelegd, art. 6 EVRM er niet toe noopt álle getuigen te horen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 87342 tot 88417.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709 | shasum -a 256