Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Alinea 115 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.

53. De zaak Keskin illustreert daarnaast dat de hiervoor bedoelde plicht van de strafrechter zich van de eerlijkheid van het proces als geheel te vergewissen een ambtshalve verantwoordelijkheid betreft. Als tijdens de behandeling van de zaak een verzoek tot het horen van de getuige is gedaan, kan de verdachte daarna niet worden tegengeworpen dat door of namens hem niet het verweer is gevoerd dat het gebruik van de verklaring voor het bewijs een schending van het recht op een eerlijk proces oplevert. Deze verantwoordelijkheid van de feitenrechter voor de eerlijkheid van het proces als geheel zou kunnen worden versterkt. Thans is al vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat voor de in cassatie aan te leggen toets of de bewijsvoering voldoet aan de door het ondervragingsrecht gestelde eisen “van belang kan zijn” of de feitenrechter dat oordeel nader heeft gemotiveerd. Overweging verdient het belang van deze motivering, in aansluiting op de huidige lijn in de rechtspraak , nader te accentueren. In voorkomende gevallen kan de rechter in die benadering zijn gehouden het gebruik voor het bewijs van de verklaring van een niet-ondervraagde getuige à charge, om het horen waarvan de verdediging ter terechtzitting wel heeft verzocht, nader te motiveren. Is tijdens de behandeling van de zaak door de verdediging verzocht een getuige à charge te horen die de verdediging niet eerder behoorlijk en effectief heeft kunnen ondervragen, dan kan het in het licht van de belangrijke functie die deze verklaring in de bewijsvoering vervult nadere motivering behoeven waarom het strafproces ondanks de afwijzing van het getuigenverzoek eerlijk is verlopen en/of waarom de rechter voordat hij uitspraak deed niet is overgegaan tot het desnoods ambtshalve oproepen van de niet-ondervraagde getuige. De vereiste motivering kan betrekking hebben op het steunbewijs dat voor de verklaring voorhanden is of op de mate waarin het ontbreken van een ondervragingsmogelijkheid is gecompenseerd. Deze motivering kan evenwel niet teruggrijpen op de (gebrekkige) onderbouwing van het getuigenverzoek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 97974 tot 100267.