Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Alinea 141 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.
6. Dat aangeefster [getuige 1] en getuige [getuige 2] min of meer overeenkomstig verklaren, is niet zo vreemd. Er is immers een motief om cliënt af te vallen. Ze komen uit de binnenstad van Amsterdam, bij het Red Light district geweest geeft [getuige 2] aan, hebben een leuke avond gehad, wellicht ook wat gedronken en willen dan met de taxi naar het hotel. Cliënt meent dat de personen vervelend waren en wilden uiteindelijk niet betalen voor de rit. Ik snap dat er dan discussie ontstaat. Het is niet logisch om als taxichauffeur toezeggingen te doen over gratis ritjes. Onaannemelijk in mijn ogen. Zeker gezien de moordende concurrentie binnen de taxi branche.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 111222 tot 111901.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709 | shasum -a 256