Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Alinea 153 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.
66. Het bij appelschriftuur van 4 oktober 2018 gedane, op de terechtzitting in hoger beroep van 20 maart 2019 gehandhaafde verzoek van de raadsman van de verdachte om [getuige 1] en [getuige 2] als getuigen te horen, behelst een verzoek zoals bedoeld in art. 287, derde lid, onder a, Sv in verbinding met art. 415, eerste lid, Sv. In aanmerking genomen dat deze getuigen namens de verdachte bij (tijdig ingediende) appelschriftuur zijn opgegeven en de getuigen niet op de terechtzitting in eerste aanleg dan wel door de rechter-commissaris zijn gehoord, moet het verzoek op grond van art. 418, eerste lid, Sv worden beoordeeld aan de hand van de in art. 288, eerste lid, Sv vervatte weigeringsgronden. Het hof heeft het verzoek afgewezen op de grond dat het onaannemelijk is dat de verzochte getuigen binnen een aanvaardbare termijn zullen verschijnen in de zin van art. 288, eerste lid, aanhef en onder a, Sv. Daarmee heeft het hof de juiste maatstaf aangelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 116701 tot 117676.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709 | shasum -a 256