Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Alinea 158 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.
71. In het algemeen deel van deze conclusie kwam aan de orde dat moet worden verondersteld dat art. 6 EVRM het horen van de getuige noodzakelijk maakt, indien (1) de getuige in het voorbereidend onderzoek een voor het bewijs bruikbare verklaring heeft afgelegd, (2) de verdediging niet reeds een behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging van de getuige heeft gehad, (3) een eventuele bewezenverklaring in beslissende mate op de verklaring van de getuige zou worden gebaseerd én (4) het ontbreken van een ondervragingsmogelijkheid niet in voldoende mate is gecompenseerd. De overweging van het hof dat de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] “slechts als steunbewijs dienen” moet kennelijk aldus worden begrepen dat de bewezenverklaring volgens het hof niet in beslissende mate op hun verklaringen berust.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 119412 tot 120256.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709 | shasum -a 256