Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.

5. De zaak Keskin betreft de beoordeling van verzoeken van de verdediging om getuigen à charge te horen in het licht van art. 6 EVRM. De vierde sectie van het Hof oordeelde dat art. 6, eerste lid in samenhang met het derde lid onder d, EVRM in de strafprocedure tegen Keskin was geschonden, doordat de verdachte zonder voldoende redengeving niet in de gelegenheid was geweest zeven getuigen à charge te (doen) ondervragen, terwijl de bewezenverklaring in beslissende mate op de verklaringen van deze getuigen was gebaseerd en onvoldoende compensatie was geboden. Het belang van het arrest is niet zozeer gelegen in de casuïstiek, als wel in de dialoog die het EHRM met de Hoge Raad aangaat. Het EHRM gaat daarbij de confrontatie met de Nederlandse strafrechtspraak niet uit de weg. Het Straatsburgse Hof plaatst in dit verband kritische kanttekeningen bij de verwerking van de rechtspraak van het EHRM in enkele (overzichts)arresten van de Hoge Raad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 7467 tot 8497.