Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.

9. In het algemeen deel van deze conclusie komen allereerst de zaak Keskin en de uitspraak van het EHRM in die zaak aan de orde (onder 10 tot en met 17). Vervolgens bespreek ik hoe deze uitspraak zich verhoudt tot de (andere) jurisprudentie van het Europese Hof over het ondervragingsrecht (onder 18 tot en met 26). Daarna komen het Nederlandse juridisch kader inzake het (doen) oproepen en horen van getuigen à charge en de wijze waarop daarin invulling wordt gegeven aan het ondervragingsrecht van art. 6 EVRM aan bod (onder 27 tot en met 38). Ten slotte bespreek ik de vraag in hoeverre de uitspraak in de zaak Keskin noopt tot aanpassing van het beoordelingskader zoals dat in de rechtspraak van de Hoge Raad is ontwikkeld (onder 39 tot en met 57).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 11115 tot 11882.