Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.

11. Een van de cassatiemiddelen die namens Keskin waren voorgesteld, was gericht tegen de afwijzende beslissing van het hof op het verzoek de zeven getuigen te (doen) horen. Het middel bevatte onder meer de klacht dat de omstandigheid dat het hof na de afwijzing van het verzoek de bij de politie afgelegde verklaringen van de verzochte getuigen voor het bewijs heeft gebruikt, meebrengt dat de verdachte door de afwijzing in zijn verdedigingsbelang is geschaad en het hof ten onrechte heeft nagelaten ervoor zorg te dragen dat de verdachte een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM heeft gekregen. De Hoge Raad verklaarde Keskin in zijn cassatieberoep op de voet van art. 80a RO niet-ontvankelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 13833 tot 14611.