Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.
16. De tweede vraag, of de verklaringen van de niet-ondervraagde getuigen ‘the sole or decisive basis’ voor de veroordeling van Keskin waren, beantwoordt het EHRM bevestigend. Geen van de zeven getuigenverklaringen acht het Europese Hof op zichzelf voldoende om het feitelijk leidinggeven van de verdachte over de door de rechtspersoon begane oplichtingen te bewijzen, maar het getuigenbewijs is gezamenlijk “of such significance or importance as is likely to have been determinative of the outcome of the case” (par. 64). Daarmee is sprake van ‘decisive’ getuigenbewijs (zie par. 48).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 31443 tot 32053.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709 | shasum -a 256