Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.

17. Wat de aanwezigheid van compenserende maatregelen betreft, overweegt het EHRM dat het arrest van het gerechtshof geen aanwijzing bevat dat het hof “was aware of the reduced evidentiary value of the untested witness statements” en dat het arrest evenmin een nadere bewijsoverweging ten aanzien van de betrouwbaarheid van de niet-ondervraagde getuigen bevat (par. 66). Daarnaast stelt het Europese Hof vast dat “no corroborative evidence supporting the untested evidence” beschikbaar is (par. 67). Keskin was wel in de gelegenheid zijn eigen lezing van de aan hem verweten feiten te geven, terwijl hij de verklaringen van de niet-ondervraagde getuigen kon betwisten. Deze mogelijkheden zijn evenwel op zichzelf onvoldoende om de afwezigheid van de getuigen ter terechtzitting te compenseren (par. 68). Het ontbreken van een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om de desbetreffende getuigen te ondervragen, is dus niet in voldoende mate gecompenseerd (par. 69). Dat leidt tot de slotsom dat het eerste lid in samenhang met het derde lid, aanhef en onder d, van art. 6 EVRM is geschonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 32061 tot 33173.