Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.
19. De uitkomst in de zaak Keskin verrast dus op zichzelf niet. Problematisch in de motivering van het gerechtshof is dat het recht op ondervraging van de getuigen à charge als bedoeld in art. 6, derde lid, aanhef en onder d, EVRM niet wordt vooropgesteld. Het beslissende gewicht van de verklaringen van de getuigen voor het (eventuele) bewijs in de zaak ligt bovendien voor de hand. Tegen die achtergrond is het zonder meer toedelen van bewijslast aan de verdediging ten aanzien van de relevantie van het horen van de getuigen niet aan de Straatsburgse maat. Daarbij komt dat de motivering van de afwijzende beslissing op de getuigenverzoeken in het licht van art. 6 EVRM extra kwetsbaar wordt doordat het gerechtshof verwijst naar het beroep dat de verdachte op het zwijgrecht doet. De uitgangspunten die bij het recht op ondervraging van getuigen à charge in acht moeten worden genomen, zijn daarmee te ver uit beeld geraakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 34441 tot 35385.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709 | shasum -a 256