Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.
23. In de eerste plaats heeft ook het EHRM in diverse uitspraken bij de beoordeling of het ondervragingsrecht is geschonden gewicht toegekend aan het feit dat de verdediging had nagelaten te onderbouwen waarom de ondervraging van de getuige à charge van belang zou zijn voor de vaststelling van de feiten en de uitkomst van de zaak. Evenals de Hoge Raad, verwees het EHRM daarbij naar het toetsingskader dat het Hof thans reserveert voor zaken waarin het gaat om getuigen à décharge. Kooijmans kwam op basis van een verkenning van de Straatsburgse rechtspraak tot de conclusie dat deze ten aanzien van een verzoek om de oproeping van een getuige à charge minder duidelijke richtsnoeren bevat dan ten aanzien van getuigen à décharge, maar dat in die rechtspraak wel (een zekere) betekenis wordt toegekend aan de vraag of de verdediging inzichtelijk heeft gemaakt waarom zij de desbetreffende getuige à charge wil ondervragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 38837 tot 39973.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709 | shasum -a 256