Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.
24. In de tweede plaats wekken de twee afzonderlijke beoordelingskaders die het EHRM hanteert voor het oproepen van getuigen à charge en getuigen à décharge de indruk dat sprake is van een strikt onderscheid. Mijn ambtgenoot Harteveld merkt op dat in Angelsaksische systemen zonder meer kan worden gesproken van ‘prosecution witnesses’, maar dat zulks in het Nederlandse rechtssysteem anders is. In de praktijk zijn beide typen getuigen niet altijd strikt van elkaar te onderscheiden. Zo kan een getuige in zijn eerdere verhoor deels belastend en deels ontlastend hebben verklaard. Te denken valt aan de situatie waarin een getuige heeft verklaard over de betrokkenheid van de verdachte bij het ten laste gelegde feit, terwijl zijn verklaring tegelijkertijd steun biedt aan het verweer dat de bijdrage van de verdachte aan dat feit geen medeplegen maar medeplichtigheid oplevert. Ook kan worden gedacht aan een verbalisant die heeft verklaard over het ten laste gelegde feit, maar wiens verklaring mogelijk ook steun kan bieden aan een noodweerverweer. De wens van de verdediging kan ook zijn een getuige die eerder belastend heeft verklaard te ondervragen over onderwerpen die bij het eerdere verhoor niet aan bod zijn gekomen en die voor de verdachte mogelijk ontlastend zullen zijn. Betoogd kan worden dat het antwoord op de vraag of het verzoek een getuige à charge of à décharge betreft dan mede zal afhangen van hetgeen waarover de verdediging de getuige wenst te ondervragen. Zeker als het getuigenverzoek niet nader is onderbouwd, is daardoor niet altijd zonneklaar welk toetsingskader van het EHRM van toepassing is. Deze nuancering klinkt in de uitspraak van het EHRM in de zaak Keskin niet door. Het EHRM lijkt hier de dichotomie in Angelsaksische systemen tot uitgangspunt te nemen, terwijl deze in de Nederlandse procescultuur minder vanzelfsprekend is. Vanuit Straatsburgs perspectief lijkt het beslissingsmodel uit de arresten inzake Al-Khawaja en Tahery/Verenigd Koninkrijk en Schatschaschwili/Duitsland van toepassing op getuigen wier verklaringen in het dossier zijn opgenomen omdat deze relevante informatie bevatten en voor het bewijs zouden kunnen worden gebruikt, ongeacht of de getuigen mogelijk deels ook ontlastend zouden kunnen verklaren. Daarvan ga ik in het onderstaande uit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 39997 tot 42651.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709 | shasum -a 256