Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.

26. Het uitgangspunt dat het belang van de verdachte bij de mogelijkheid een getuige à charge te kunnen ondervragen moet worden verondersteld, heeft consequenties voor de beoordeling van de eerste stap van het stappenplan dat het EHRM in de uitspraken in de zaken Al-Khawaja en Tahery/Verenigd Koninkrijk en Schatschaschwili/Duitsland heeft ontwikkeld. De omstandigheid dat de verdediging haar belang bij het horen van de getuige niet of onvoldoende heeft onderbouwd, levert geen ‘good reason’ op om getuigen à charge niet te kunnen ondervragen. Ten aanzien van het gewicht dat het ontbreken van een goede reden draagt in de eindbeoordeling van de eerlijkheid van het proces als geheel, volgt het EHRM in zijn arrest in de zaak Keskin (par. 63) de lijn die sinds de uitspraak van de Grote Kamer in Schatschaschwili/Duitsland vaste rechtspraak is. De enkele afwezigheid van een goede reden kan op zichzelf niet de conclusie dragen dat art. 6 EVRM is geschonden. Het ontbreken ervan vormt wel een “very important factor to be weighed in the overall balance”. In dit verband merkt het EHRM in andere zaken frequent op dat de afwezigheid van een goede reden “may tip the balance in favour of finding a breach”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 43712 tot 45213.