Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.

29. Deze ‘verschuiving naar voren’ is met de invoering van de Wet van 10 november 2004 verder doorgezet. De mogelijkheden om een getuigenverzoek af te wijzen, werden uitgebreid. De wet strekte er mede toe de in de praktijk ontwikkelde gewoonte in grote strafzaken regiezittingen te houden beter te faciliteren en het “voortbouwend aspect” van het hoger beroep in de wettelijke regeling inzake het getuigenverhoor beter uit de verf te laten komen. Concreet betekende dit onder meer dat getuigenverzoeken die niet voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg of bij appelschriftuur zijn gedaan voortaan in beginsel aan de hand van het “betrekkelijke strenge” noodzakelijkheidscriterium moeten worden beoordeeld. Zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van de rechterlijke oordeelsvorming moest het aantal getuigen dat uiteindelijk ter terechtzitting wordt gehoord op deze manier zo veel mogelijk worden beperkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 48899 tot 50046.