Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.
31. Vanwege de complexiteit van de huidige wettelijke regeling heeft de Hoge Raad in zijn overzichtsarrest van 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496, NJ 2014/441 per procesfase op hoofdlijnen uiteengezet hoe de voor die fase gegeven nationale wettelijke regels inzake het al dan niet oproepen voor en horen op de terechtzitting van daartoe door de verdediging opgegeven getuigen moeten worden uitgelegd. Aan het recht van de verdachte om getuigen te (doen) ondervragen, kan daarnaast tegemoet worden gekomen doordat de getuige – al dan niet na een verwijzing door de zittingsrechter – in het bijzijn van de verdediging bij de rechter- of raadsheer-commissaris wordt gehoord. Ruwweg kent de huidige wettelijke regeling twee regimes voor de beoordeling van verzoeken tot het oproepen en (doen) horen van getuigen door de zittingsrechter: een verzoek wordt beoordeeld aan de hand van ofwel de in art. 264, eerste lid, Sv respectievelijk art. 288, eerste lid, Sv omschreven weigeringsgronden, waaronder de weigeringsgrond dat de verdachte door de afwijzing van het verzoek niet in zijn verdediging wordt geschaad, ofwel het onder meer in art. 315, eerste lid, Sv vervatte noodzakelijkheidscriterium. Over de maatstaven die in elk van beide beoordelingsregimes moeten worden gehanteerd, overwoog de Hoge Raad in zijn arrest van 1 juli 2014 het volgende:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 51689 tot 53085.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709 | shasum -a 256