Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.

2.6. Enerzijds impliceert deze regeling een terughoudend gebruik door het openbaar ministerie onderscheidenlijk de rechter van zijn bevoegdheid tot afwijzing van het verzoek, doch anderzijds veronderstelt zij dat het verzoek door de verdediging naar behoren wordt gemotiveerd. Zo is afwijzing van het verzoek goed denkbaar als het verzoek niet dan wel zo summier is onderbouwd dat de rechter buiten staat is het verzoek te toetsen aan de maatstaf van het verdedigingsbelang. Van de verdediging mag worden verlangd dat zij ten aanzien van iedere van de door haar opgegeven getuigen motiveert waarom het horen van deze getuige van belang is voor enige in de strafzaak uit hoofde van de art. 348 en 350 Sv te nemen beslissing. Te denken valt in dit verband aan het opgeven van de redenen voor het doen horen van de zogenoemde getuigen à décharge wier verklaringen kunnen strekken tot staving van de betwisting van het tenlastegelegde, of het doen horen van getuigen à charge die in het vooronderzoek zijn gehoord, teneinde deze personen of hun afgelegde verklaringen op geloofwaardigheid en betrouwbaarheid te toetsen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 54049 tot 55180.