Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.

34. In dit toetsingskader keert de in de rechtspraak van het EHRM als eerste genoemde factor of er een goede reden is voor het niet ondervragen van de getuige ter terechtzitting en daarmee voor het toelaten tot het bewijs van de desbetreffende verklaring niet afzonderlijk terug. Die eerste stap in het Straatsburgse toetsingskader wordt in de Nederlandse benadering als het ware overgeslagen. Deze vraag komt in de cassatieprocedure in de regel slechts aan de orde als wordt geklaagd over de afwijzing van een getuigenverzoek. De vraag of het getuigenverzoek is geweigerd op gronden die deze weigering kunnen dragen, wordt daarmee door de Hoge Raad in sterkere mate dan door het EHRM geïsoleerd beschouwd. Dat maakt die benadering kwetsbaar. Illustratief is dat de kritische opmerkingen van het EHRM in de Keskin-uitspraak zijn toegespitst op aspecten van het Nederlandse beoordelingskader die in het ‘stappenplan’ uit Al-Khawaja en Tahery/Verenigd Koninkrijk en Schatschaschwili/Duitsland onderdeel uitmaken van de als eerste te beantwoorden vraag of er een goede reden is voor de afwezigheid van de getuige.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 59678 tot 60941.