Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.
36. Herhaaldelijk is de vraag gesteld hoe de eisen die in de rechtspraak van de Hoge Raad worden gesteld aan de onderbouwing van een verzoek tot het oproepen en horen van een getuige zich verhouden tot het recht op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM en het daarin vervatte ondervragingsrecht. Mijn ambtgenoot Spronken heeft geconcludeerd dat uit de Straatsburgse jurisprudentie volgt dat de rechter de verdediging, indien zij dat verzoekt, steeds in de gelegenheid moet stellen om de verklaringen van belastende getuigen te toetsen door deze getuigen te ondervragen, alvorens een veroordeling op deze verklaringen te mogen baseren. De Hoge Raad is daarin niet meegegaan, maar heeft zich in twee overzichtsarresten in 2017 wel nader uitgelaten over de genoemde verhouding. De zaak Keskin en de ‘Unilateral Declaration’ van de Nederlandse Regering in die zaak waren toen al onder de aandacht. Voor zover hier van belang, overwoog de Hoge Raad het volgende:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 61441 tot 62678.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709 | shasum -a 256