Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:231.

3.9. Zoals onder 3.5 is opgemerkt, neemt de nationale rechter reeds tijdens de behandeling van de strafzaak beslissingen omtrent het oproepen en het horen van getuigen. Dat laat onverlet dat hij voordat hij uitspraak doet, zich ervan dient te vergewissen dat de procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. Zo nodig zal hij hetzij ambtshalve — op de voet van art. 315, eerste lid, Sv dan wel art. 346, eerste en tweede lid, of art. 347, eerste lid, Sv — alsnog overgaan tot het oproepen en het horen van (een) getuige(n), hetzij bij zijn beslissing omtrent de bewezenverklaring onder ogen moeten zien of en zo ja, welke gevolgen moeten worden verbonden aan de omstandigheid dat de verdediging, ondanks het nodige initiatief daartoe, geen gebruik heeft kunnen maken van de mogelijkheid om de relevante getuige(n) in enig stadium van het geding te (doen) ondervragen. ”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ebfbb727a89f661ecf198ce0b2b58af8e267db2d1f59c0c197c677a9dadf709, en de alinea staat in dat document op bytes 69272 tot 70276.