Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2021

Onder 4.9 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:239.

De klacht gaat uit van een onjuiste lezing van het bestreden arrest en mist derhalve feitelijke grondslag, voor zover ING betoogt dat het hof heeft miskend dat rechtspersonen niet dezelfde bescherming toekomt als natuurlijke personen. Het hof heeft namelijk niet overwogen dat rechtspersonen en natuurlijke personen dezelfde bescherming toekomt. Het hof heeft slechts overwogen dat uit art. 4:71f Wft – welke bepaling consumenten in beginsel recht geeft op een basisbetaalrekening (randnummers 3.11 e.v. hiervoor) – niet kan worden afgeleid dat banken (dus) niet kunnen worden verplicht een contractuele relatie met een rechtspersoon aan te gaan. Die overweging is niet onjuist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec5960e27e7a828048c4f2bc1b01288a48e427f865f951ed6e9c37daae8406f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec5960e27e7a828048c4f2bc1b01288a48e427f865f951ed6e9c37daae8406f, en de alinea staat in dat document op bytes 68371 tot 69066.