Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2021

Onder 4.13 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:239.

Anders dan ING betoogt, wordt een dergelijke contracteerplicht wat mij betreft niet pas aangenomen indien de weigering de contractuele relatie aan te gaan misbruik van bevoegdheid zou opleveren of naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Gelet op de zorgvuldigheidsnorm waarop de bijzondere zorgplicht van banken is gegrond, kan een contracteerplicht immers ‘reeds’ ontstaan indien het nalaten van de bank een contractuele relatie met een derde aan te gaan in strijd komt met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt (art. 6:162 lid 2 BW). Daarvan zal sprake zijn als de (bijzondere) omstandigheden van het geval maken dat het (grote) belang van de bank bij het zelf mogen kiezen met wie zij een contractuele relatie aangaat, moet wijken voor een (nog) groter belang van de derde. Voor een (verdere) beperking tot extreme gevallen, waarin sprake is van misbruik van bevoegdheden en apert onredelijk handelen, zie ik geen aanleiding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec5960e27e7a828048c4f2bc1b01288a48e427f865f951ed6e9c37daae8406f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec5960e27e7a828048c4f2bc1b01288a48e427f865f951ed6e9c37daae8406f, en de alinea staat in dat document op bytes 70535 tot 71549.