Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2021

Onder 4.16 Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:239.

Uit de vijfde alinea van rov. 3.12 blijkt dat het hof – bij zijn oordeel dat ING wordt verplicht Yin Yang c.s. in staat te stellen een betaalrekening aan te houden – heeft laten meewegen dat ING er belang bij heeft om het risico op witwassen te vermijden. Het ligt voor de hand dat het hof dit heeft laten meewegen, mede met het oog op het voor ING geldende verbod van art. 5 Wwft om een zakelijke relatie met een cliënt aan te gaan en te continueren zonder met goed resultaat vooraf en periodiek cliëntenonderzoek te hebben uitgevoerd. Anders dan ING betoogt, heeft het hof dus wel gewicht toegekend aan de verplichting voor en het belang van banken om cliënten te weigeren in verband met toezichtrechtelijke eisen en integriteitsrisico’s. Aan ING kan worden toegegeven dat het hof dat in rov. 3.12 heeft gedaan en niet in rov. 3.6, maar dat maakt de overwegingen en het oordeel van het hof in rov. 3.6 niet onjuist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec5960e27e7a828048c4f2bc1b01288a48e427f865f951ed6e9c37daae8406f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec5960e27e7a828048c4f2bc1b01288a48e427f865f951ed6e9c37daae8406f, en de alinea staat in dat document op bytes 72738 tot 73677.