Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2021
Onder 4.32 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:262.
In r.o. 4.3 van bovenstaande hofuitspraak overweegt het hof dat de rechtmatigheid van de informatiebeschikking moet worden beoordeeld naar het tijdstip waarop de beschikking is vastgesteld. Het hof verwijst daarbij naar een eerdere uitspraak van hemzelf: Hof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2020, 18/00910-00922, V-N 2020/19.1.1. In die uitspraak heeft het hof de keuze van het toetsingstijdstip gemotiveerd. Hij leidt dat af uit HR 10 februari 2017, 16/02729, BNB 2017/92, V-N 2017/9.5, met name uit de in r.o. 3.3.4 opgenomen volzin: “Het alsnog verstrekken van [de gevraagde] informatie leidt er niet toe dat de informatiebeschikking vervalt en staat er niet aan in de weg dat de informatiebeschikking onherroepelijk wordt.” Op exact dezelfde manier had Hof Amsterdam eerder beslist in zijn uitspraak van 5 juni 2018, 17/00229-00231, V-N 2018/46.1.4.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f533fcfa33bd4f5ccc88cdd8eacb7ec2bf9d039573a1c99ca1edb6bba02ae51c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f533fcfa33bd4f5ccc88cdd8eacb7ec2bf9d039573a1c99ca1edb6bba02ae51c, en de alinea staat in dat document op bytes 163874 tot 164741.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f533fcfa33bd4f5ccc88cdd8eacb7ec2bf9d039573a1c99ca1edb6bba02ae51c | shasum -a 256