Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2021
Onder 4.38 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:262.
Belanghebbende heeft vrijwillig gemeld dat zij beschikte over buitenlandse bankrekeningen die niet in haar aangiften zijn verwerkt. Onduidelijk is waar het opgebouwde vermogen, dat in 2007 bijna € 700.000 bedraagt, vandaan komt. Belanghebbende heeft de daarover gestelde vragen niet beantwoord. Op het eerste gezicht lijkt een informatiebeschikking dan gerechtvaardigd. De rechtbank is echter van oordeel dat de inspecteur de grenzen van de redelijkheid heeft overschreden door het afgeven van de onderhavige informatiebeschikking. In de eerste plaats omdat de informatiebeschikking in dit geval wordt gebruikt als oneigenlijk drukmiddel, met name omdat de inspecteur denkt dat het vermogen afkomstig is uit de exploitatie van een coffeeshop van de partner van de belanghebbende en die mogelijke inkomsten de belanghebbende niet raken. In de tweede plaats omdat omkering en verzwaring van de bewijslast al aan de orde is vanwege het niet doen van de vereiste aangifte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f533fcfa33bd4f5ccc88cdd8eacb7ec2bf9d039573a1c99ca1edb6bba02ae51c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f533fcfa33bd4f5ccc88cdd8eacb7ec2bf9d039573a1c99ca1edb6bba02ae51c, en de alinea staat in dat document op bytes 180197 tot 181180.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f533fcfa33bd4f5ccc88cdd8eacb7ec2bf9d039573a1c99ca1edb6bba02ae51c | shasum -a 256