Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021

Alinea 280 Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:35.

66. De eerste door het hof opgevoerde omstandigheid veronderstelt dat wanneer een verdachte bereid blijkt om zijn bekentenis binnen een zekere periode te herhalen de bewijskracht van die bekentenis toeneemt. Het gaat het hof kennelijk om een zekere consistentie in de bereidheid tot bekennen. De vraag is of deze veronderstelling juist is. Indien [verzoeker] de dader is (scenario 1) ligt het in de lijn der verwachting dat hij zijn bekentenis gestand doet indien hij eenmaal tot bekennen is overgegaan. Indien [verzoeker] niet de dader is (scenario 2), maar om wat voor reden dan ook bereid blijkt om een delict te bekennen dat hij niet heeft begaan, ligt het ook in de lijn der verwachting dat die bereidheid een zekere consistentie vertoont. Weliswaar komen onschuldige verdachten vaak wel op enig moment terug op hun valse bekentenis, maar niet (tot zelden) vrijwel onmiddellijk. Aan de eerste omstandigheid komt dan ook nagenoeg geen vermogen toe om te onderscheiden tussen de juistheid van scenario 1 en die van scenario 2.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8c4a25d712400ff5149ce0d10fb44c886b1ab6df4e69a9fd0500408ddd39f84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8c4a25d712400ff5149ce0d10fb44c886b1ab6df4e69a9fd0500408ddd39f84, en de alinea staat in dat document op bytes 107903 tot 108945.