Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2021

Onder 6.3 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2021, ECLI:NL:PHR:2021:352.

In onder meer Gratzinger and Gratzingerova v. Czech Republic onderscheidt het EHRM twee soorten bezittingen in de zin van art. 1 protocol I: (i) ‘existing possessions’ en (ii) ‘assets, including claims, in respect of which an applicant can argue that he has at least a “legitimate expectation” that they will be realised.’ De loutere hoop of subjectieve verwachting dat een claim (aanspraak) in het voordeel van de claimant zal worden beslist, is dus onvoldoende. Een legitimate expectation ‘must be of a nature more concrete than a mere hope’ en moet gebaseerd zijn op (i) ‘a legal provision’ of (ii) ‘a legal act such as a judicial decision’. In casu was van een judicial decision nog geen sprake, maar wel van een legal provision , nl. art. 96(1) juncto art. 97(2) Wfsv).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf87dfa063482265ee1a12693b47d9f5790c837d1a82644ebdd00afb7eeb601b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf87dfa063482265ee1a12693b47d9f5790c837d1a82644ebdd00afb7eeb601b, en de alinea staat in dat document op bytes 105540 tot 106625.