Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2021

Onder 8.20 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2021, ECLI:NL:PHR:2021:352.

Bovendien bestonden grondrechtenrespecterende mogelijkheden, zoals een eenzijdige en verzwaarde bewijslast. De werkgever die zich aanvankelijk in een bepaalde sector heeft gemeld en nader stelt dat hij in een andere sector hoort, draagt mijns inziens hoe dan ook al de bewijslast van die nadere stelling, en het EVRM verzet zich mijns inziens niet tegen een regeling die ter beperking van de gevreesde capaciteitsproblemen vanaf 29 juni 2018 van herindelingsverzoekers sluitend en overtuigend bewijs zou eisen voor de gehele periode waarover zij herziening ten voordele zouden vragen. In bijvoorbeeld de zaken Hentrich, Capital Bank AD en Rousk legde het EHRM aan zijn oordeel dat de fair balance was geschonden mede ten grondslag minder eigendomsaantastende mogelijkheden bestonden om het gestelde doel te bereiken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf87dfa063482265ee1a12693b47d9f5790c837d1a82644ebdd00afb7eeb601b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf87dfa063482265ee1a12693b47d9f5790c837d1a82644ebdd00afb7eeb601b, en de alinea staat in dat document op bytes 185234 tot 186162.