Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2021

Onder 1.18 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2021, ECLI:NL:PHR:2021:352.

De vraag of er wel een possession was, is alsnog beslissend als dat laatste oordeel onjuist is. Ik meen dat dat het geval is. Het Hof heeft mijns inziens niet de juiste fair balance maatstaf aangelegd. Als de claim van de belanghebbenden op premierestitutie een possession was, dan ontnam de terugwerkende kracht hen een legitimate expectation van honorering en is hen dus een eigendom ontnomen (dan gaat het dus niet om slechts regulering van eigendom), zodat de fair balance maatstaf niet is of de Staat binnen een wide margin of appreciation is gebleven, maar of hij specific and compelling reasons had voor die terugwerkende kracht. Ik meen dat dat niet het geval is omdat (i) de Staat zelf verantwoordelijk was voor de veroudering en de bewerkelijkheid van het premiesectorstelsel, (ii) de vrees voor – aan de systeemontwerper te wijten - ambtelijke capaciteitsproblemen en sector shopping door anderen dan de belanghebbenden, geen specific and compelling reason is voor ontneming van hun possessions , en (iii) minder eigendomsaantastende middelen bestonden. Dat betekent dat als de belanghebbenden tot 29 juni 2018 een legitimate premierestitutie- expectation hadden, de fair balance tussen doel en middel is geschonden. Voor de uitkomst van het geschil is dan beslissend óf zij inderdaad een claim en een legitimate expectation hadden, zodat die vraag alsnog moet worden onderzocht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf87dfa063482265ee1a12693b47d9f5790c837d1a82644ebdd00afb7eeb601b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf87dfa063482265ee1a12693b47d9f5790c837d1a82644ebdd00afb7eeb601b, en de alinea staat in dat document op bytes 28896 tot 31034.