Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2021
Onder 1.23 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2021, ECLI:NL:PHR:2021:352.
Als de belanghebbenden reeds vanaf 2013 in de sectoren 10 resp. 11 vielen, hadden zij mijns inziens tot 29 juni 2018 van rechtswege een tot 1 januari 2013 teruggaande claim op premierestitutie en bovendien, op basis van de tot 29 juni 2018 geldende wet en rechtspraak de legitimate expectation dat die claim op hun verzoek zonder meer volgens het tot die datum vigerende recht zou worden geformaliseerd en afgewikkeld. De expectation van correcte herindeling op eerste verzoek was geenszins louter hoop of subjectieve verwachting, maar stevig verankerd in het nationale recht, net als een belastingschuld of een schuld uit onrechtmatige daad: een verbintenis uit de wet. Wat de wetgever in wezen deed op 29 juni 2018, is de vijfjaarsverjaringstermijn van een geldvordering opeens op nul stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf87dfa063482265ee1a12693b47d9f5790c837d1a82644ebdd00afb7eeb601b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf87dfa063482265ee1a12693b47d9f5790c837d1a82644ebdd00afb7eeb601b, en de alinea staat in dat document op bytes 36833 tot 37827.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf87dfa063482265ee1a12693b47d9f5790c837d1a82644ebdd00afb7eeb601b | shasum -a 256