Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2021
Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:39.
Het antwoord op de vraag of een bewijsaanbod voldoende specifiek en dus niet te vaag is, hangt volgens vaste rechtspraak af van de omstandigheden van het geval, waarbij de rechter, mede in verband met de eisen van een goede procesorde, zal moeten letten op de wijze waarop het processuele debat zich heeft ontwikkeld en het stadium waarin de procedure verkeert. In hoger beroep zal van een partij die bewijs door getuigen aanbiedt, in beginsel mogen worden verwacht dat zij voldoende concreet aangeeft op welke van haar stellingen dit bewijsaanbod betrekking heeft en, voor zover mogelijk, wie daarover een verklaring zouden kunnen afleggen, doch zal in het algemeen niet mogen worden verlangd dat daarbij ook wordt aangegeven wat daarover door getuigen zal kunnen worden verklaard. Een aanbod tot het leveren van tegenbewijs behoeft in beginsel niet te worden gespecificeerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea50fb2bb23c013e5b6723437b286915b53deec4f71bd42a62cd0fecc2d0af41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea50fb2bb23c013e5b6723437b286915b53deec4f71bd42a62cd0fecc2d0af41, en de alinea staat in dat document op bytes 25041 tot 26093.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea50fb2bb23c013e5b6723437b286915b53deec4f71bd42a62cd0fecc2d0af41 | shasum -a 256