Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2021

Onder 5.5 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2021, ECLI:NL:PHR:2021:415.

De tweede klacht houdt in dat voor zover in rov. 4.6 besloten ligt dat ter zake van de huurboedelschuld is voldaan aan de eisen van art. 6:82 en 6:83 BW, dat van een onjuiste rechtsopvatting getuigt. Volgens de curatoren heeft het hof in dat geval miskend dat voor de vraag of ter zake van een boedelschuld is voldaan aan de eisen van art. 6:82 en 6:83 BW, niet de rechtsverhouding tussen de schuldeiser en de gefailleerde, maar die tussen de boedelschuldeiser en de curator doorslaggevend is. Verder wordt geklaagd dat indien het hof dat niet heeft miskend, het genoemde oordeel onbegrijpelijk is, aangezien het hof niet heeft vastgesteld dat de curatoren op toereikende wijze in gebreke zijn gesteld of dat op andere wijze is voldaan aan de eisen van art. 6:82 en 6:83 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4e029ebf51346148473756cdceb8de6e9d3646384bff07550e08616986af3ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4e029ebf51346148473756cdceb8de6e9d3646384bff07550e08616986af3ec, en de alinea staat in dat document op bytes 53927 tot 54752.