Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 2021

Onder 4.25 Parket bij de Hoge Raad 16 april 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 2021, ECLI:NL:PHR:2021:415.

Maar ook als deze redenering niet wordt gevolgd, kan ervan worden uitgegaan dat de rentevordering een boedelschuld is. Als uitgangspunt geldt dat een boedelschuld onmiddellijk opeisbaar is. Een schuldenaar is in verzuim als hij in gebreke blijft een opeisbare prestatie te voldoen, behalve voor zover de vertraging hem niet kan worden toegerekend of nakoming blijvend onmogelijk is (art. 6:81 BW). Betalingsonmacht is in het algemeen geen reden voor het niet toerekenen van vertraging in de betaling van een geldsom. Niet is in te zien waarom deze regel niet zou gelden in faillissement (voor wat betreft betaling van boedelschulden). Daarmee is de in art. 6:81 BW bedoelde uitzondering niet aan de orde. Dat betekent dat de curator (in hoedanigheid) in verzuim is als hij een opeisbare boedelschuld niet voldoet, ook als de boedel naar verwachting niet toereikend is om de gehele boedelschuld te voldoen. Dat betekent dat ook in dat geval sprake is van een boedelschuld, thans van categorie (iii): een handelen van de curator in strijd met een door hem in zijn hoedanigheid na te leven verbintenis of verplichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4e029ebf51346148473756cdceb8de6e9d3646384bff07550e08616986af3ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4e029ebf51346148473756cdceb8de6e9d3646384bff07550e08616986af3ec, en de alinea staat in dat document op bytes 44521 tot 45777.