Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2021
Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2021, ECLI:NL:PHR:2021:520.
10. In de genoemde zaak uit 2019 had het hof vastgesteld dat de verdachte met zijn auto achterop een motor was gereden waarop twee personen waren gezeten, ten gevolge waarvan één van de personen overleed en de ander zwaar lichamelijk letsel opliep. De verdachte had onder invloed van een grote hoeveelheid alcohol gereden en beschikte niet over een rijbewijs voor categorie B. Ook reed hij met een aanzienlijk hogere snelheid dan de motor, maar niet was komen vast te staan dat de verdachte de maximumsnelheid had overschreden of anderszins rijgedrag had vertoond waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de verdachte zich niet had bekommerd om de mogelijke gevolgen daarvan voor andere verkeersdeelnemers. Het hof had overwogen dat het opzet van de verdachte was gelegen in het handelen van de verdachte voorafgaand aan de fatale botsing tussen de bedrijfsauto van de verdachte en de motor met daarop de beide slachtoffers. Daarbij had het hof ook in aanmerking genomen dat de verdachte, voordat hij op weg ging, vanwege zijn alcoholgebruik was gewaarschuwd niet te gaan rijden, alsmede dat hij eerder terecht heeft gestaan wegens rijden onder invloed. Ik concludeerde dat het bewezen verklaarde niet toereikend was gemotiveerd. Daarbij nam ik in aanmerking dat het hof ten aanzien van het rijgedrag van de verdachte geen nadere vaststellingen gedaan die zouden kunnen bijdragen aan het oordeel dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard op een ongeval met dodelijk letsel tot gevolg. Uit de bewijsvoering kon niet worden afgeleid dat de verdachte de aanmerkelijke kans op een ongeval met dodelijke afloop, zoals dat zich uiteindelijk heeft gerealiseerd, bewust heeft aanvaard. In het bijzonder werd uit de uitspraak van het hof niet duidelijk waarin de aanvaarding zou zijn gelegen van de aanmerkelijke kans op een dodelijke afloop en daarmee waarom geen sprake zou zijn van bewuste schuld maar van voorwaardelijk opzet. Van degene die weet heeft van de aanmerkelijke kans op het gevolg, maar die ervan is uitgegaan dat het gevolg niet zal intreden, kan immers wel worden gezegd dat hij met (grove) onachtzaamheid heeft gehandeld maar niet dat zijn opzet in voorwaardelijke vorm op dat gevolg gericht is geweest. Daarvoor is meer nodig, zoals aanknopingspunten ontleend aan uitlatingen van de verdachte of aan de wijze van rijden ten tijde van of kort voorafgaand aan het ongeval, in het licht van de concrete omstandigheden van het geval. Die ontbraken in de desbetreffende zaak. Zo was niet vastgesteld dat de verdachte de maximumsnelheid had overschreden en/of dat hij zich niet op de juiste weghelft had bevonden. De Hoge Raad casseerde dienovereenkomstig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10deae210c6f2fa94e70c1cc44148c95e9e2cd7ce7de608d2ce2c40fdbebed23. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10deae210c6f2fa94e70c1cc44148c95e9e2cd7ce7de608d2ce2c40fdbebed23, en de alinea staat in dat document op bytes 30874 tot 33629.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10deae210c6f2fa94e70c1cc44148c95e9e2cd7ce7de608d2ce2c40fdbebed23 | shasum -a 256