Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021

Onder 2.1. Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021, ECLI:NL:PHR:2021:522.

PFZW heeft [verweerder] op 26 maart 2013 gedagvaard. PFZW heeft ter zake gevorderd, kort gezegd, veroordeling van [verweerder] tot betaling aan PFZW: primair van een bedrag van € 669.856,43; subsidiair van een bedrag van € 487.847,10, alsmede van het bedrag van de totale premieachterstand dat niet is overgegaan op [B] ; primair en subsidiair : van de proceskosten (de nakosten daaronder begrepen) alsmede wettelijke handelsrente (art. 6:119a BW) althans wettelijke rente (art. 6:119 BW) over de verschuldigde bedragen. PFZW heeft aan deze vordering ten grondslag gelegd, kort gezegd, dat [verweerder] hoofdelijk aansprakelijk is voor de door [A] B.V. verschuldigde bedragen aan PFZW op grond van art. 23 Wet Bpf 2000 althans onrechtmatige daad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c64acfca79ca9d4abaee8e0326b4b723e10b3604c23433eda99cc3d8b90c015. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c64acfca79ca9d4abaee8e0326b4b723e10b3604c23433eda99cc3d8b90c015, en de alinea staat in dat document op bytes 12126 tot 12993.