Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2021

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2021, ECLI:NL:PHR:2021:528.

9. Het hof acht aldus niet aannemelijk geworden dat de gedraging van de verdachte, te weten het steken met het mes in de onderarm van aangever, het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de daaraan voorafgaande wederrechtelijke aanranding. De stelling dat sprake zou zijn van een hevige gemoedsbeweging bij de verdachte heeft de verdediging “geen handen en voeten gegeven” en is ook op andere wijze niet aannemelijk geworden. De steller van het middel bestrijdt dit oordeel. Daartoe wijst hij erop dat het hof heeft vastgesteld dat de verdachte bij gelegenheid van haar aanhouding heeft gezegd dat de verdachte haar mishandelde en dat zij hem heeft teruggepakt. Daarmee heeft de verdachte volgens de steller van het middel “vrijwel direct na het incident op een authentieke wijze haar hevige gemoedsbeweging handen en voeten gegeven”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d127ffab810a914425e60478abe3d7c1ede42428f187b8a66aaf0580ef6f37e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d127ffab810a914425e60478abe3d7c1ede42428f187b8a66aaf0580ef6f37e, en de alinea staat in dat document op bytes 14942 tot 15837.