Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021
Onder 3.41 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021, ECLI:NL:PHR:2021:533.
Dat afhankelijk van de omstandigheden van het geval ook bijzondere, normatieve overwegingen een rol kunnen spelen bij de beoordeling van bijgebracht bewijs en bij de daaraan voorafgaande beoordeling van de stellingen van een procespartij, volgt uit de wijze waarop ons civiele bewijsrecht zich heeft ontwikkeld. Lange tijd stonden tegenover elkaar de zogenaamde billijkheidstheorie of procesrechtelijke theorie, met als bekende aanhangers Anema, Eggens, Haardt, Star Busmann & Rutten en Schoordijk, en de objectiefrechtelijke theorie, die teruggaat op de Duitse auteur Rosenberg en waaraan in Nederland vooral de namen van Scheltema en Veegens verbonden zijn. In 1988 heeft de wetgever gekozen voor de objectiefrechtelijke theorie, maar slechts bij wijze van uitgangspunt. Volgens wat tot 1 januari 2002 art. 177 was en nu art. 150 Rv, draagt de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, de bewijslast van die feiten of rechten, tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit. Het nuanceren van de bewijslastverdeling op grond van normatieve overwegingen is dus eenvoudig in ons bewijsrecht ingebakken. In dat verband bestaat ook geen scherp onderscheid tussen bijzondere regels van bewijslastverdeling en toepassingen van redelijkheid en billijkheid. Wat aanvankelijk een toepassing van redelijkheid en billijkheid is in een individueel geval, zal zich gemakkelijk kunnen ontwikkelen tot een bijzondere regel; en aanvaarde bijzondere regels zullen mede in de eisen van redelijkheid en billijkheid hun fundament kunnen hebben.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52688fe3bdf9f848cca0894cd828a4ec16bdcd2c9c9cb8b527d6c3d78f54e959. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52688fe3bdf9f848cca0894cd828a4ec16bdcd2c9c9cb8b527d6c3d78f54e959, en de alinea staat in dat document op bytes 66294 tot 68093.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/52688fe3bdf9f848cca0894cd828a4ec16bdcd2c9c9cb8b527d6c3d78f54e959 | shasum -a 256