Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021

Onder 4.9 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021, ECLI:NL:PHR:2021:533.

Terecht voert subonderdeel 2.1 aan dat dit niet juist is, omdat volstaat dat de benadeelde aannemelijk maakt dat hij schade heeft geleden. Subonderdeel 2.2 zegt niet onjuist – het komt op hetzelfde neer – dat het hof de aannemelijkheid dat schade is geleden, heeft verward met het vaststellen van de schade teneinde die te begroten. Bieden de stellingen van de benadeelde en het dossier te weinig aanknopingspunten voor een enigszins nauwkeurige vaststelling van de omvang van de schade, dan moet de rechter, ervan uitgaande dat de mogelijkheid van schade wel zonder meer aannemelijk is, naar de schadestaat verwijzen, ook zonder dat dit uitdrukkelijk was gevorderd, dan wel instructiemaatregelen nemen om nadere stellingen van partijen uit te lokken en/of aan partijen opdragen om bewijsstukken over te leggen. Meent de rechter dat de omvang van de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, dan zal hij de schade moeten schatten, eventueel geheel ex aequo et bono. Zie hiervoor 3.46 en 3.62 onder 6.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52688fe3bdf9f848cca0894cd828a4ec16bdcd2c9c9cb8b527d6c3d78f54e959. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52688fe3bdf9f848cca0894cd828a4ec16bdcd2c9c9cb8b527d6c3d78f54e959, en de alinea staat in dat document op bytes 114750 tot 115878.