Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021

Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021, ECLI:NL:PHR:2021:533.

Opvallend en verregaand is verder dat op de verkopend makelaar de stelplicht en bewijslast rusten met betrekking tot de omstandigheden die van belang zijn voor het vertrouwen dat de koper in de door de verkopend makelaar verschafte informatie redelijkerwijs heeft mogen stellen. Het is immers de koper die zich beroept op de rechtsgevolgen van die feiten. Volgens de hoofdregel van art. 150 Rv zouden de stelplicht en bewijslast dus op die koper rusten. Met NVM-meetinstructie I heeft uw Raad – daarbij gebruikmakend van de ruimte die de uitzonderingsbepaling van art. 150 Rv biedt – een nieuwe ‘omkeringsregel’ in het leven geroepen (niet met betrekking tot het causaal verband maar met betrekking tot de onrechtmatigheid), toegespitst op het bijzondere geval van een NVM-makelaar die in strijd met de NVM-meetinstructie handelt. Of sprake is van een ‘echte’ (volledige) bewijslastomkering valt intussen te betwijfelen; aannemelijker acht ik dat uw Raad bedoeld heeft dat op de makelaar de last van tegenbewijs in de zin van tegendeelbewijs rust en een dienovereenkomstige stelplicht. Aldus wordt het geval van (echte) bewijslastomkering intussen wel benaderd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52688fe3bdf9f848cca0894cd828a4ec16bdcd2c9c9cb8b527d6c3d78f54e959. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52688fe3bdf9f848cca0894cd828a4ec16bdcd2c9c9cb8b527d6c3d78f54e959, en de alinea staat in dat document op bytes 25910 tot 27294.