Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021
Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021, ECLI:NL:PHR:2021:533.
Omdat private normering naar zijn aard een veelkleurig verschijnsel is, lijkt me niet denkbaar dat voor álle private normering zou kunnen gelden dat zij (steeds) voor het rechtmatigheidsoordeel in beginsel bepalend is, en/of dat de stelplicht en bewijslast (steeds) worden verlegd. Het komt er dus op neer dat, in de woorden van Smeehuijzen, een lijst is ontstaan van gevallen waarin bepaalde private normering in beginsel voor het onrechtmatigheidsoordeel bepalend is, welke lijst in de loop der tijd zal groeien. Anders gezegd, voortaan bestaat er gekwalificeerde private normering en niet-gekwalificeerde private normering, zonder dat op voorhand is te zeggen welke categorie zich voordoet. Dit wordt pas zeker als de hoogste bevoegde rechter daarover heeft geoordeeld. Zolang dat voor een bepaalde private normering nog niet het geval is, is de toepasselijke rechtsnorm dus onzeker. Voor rechters in feitelijke aanleg, voor advocaten en voor partijen kan dit ongemakkelijk zijn en onder meer meebrengen dat men genoodzaakt is om voor meerdere ankers te gaan liggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52688fe3bdf9f848cca0894cd828a4ec16bdcd2c9c9cb8b527d6c3d78f54e959. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52688fe3bdf9f848cca0894cd828a4ec16bdcd2c9c9cb8b527d6c3d78f54e959, en de alinea staat in dat document op bytes 27357 tot 28604.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/52688fe3bdf9f848cca0894cd828a4ec16bdcd2c9c9cb8b527d6c3d78f54e959 | shasum -a 256