Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021

Onder 3.31 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2021, ECLI:NL:PHR:2021:533.

Uit het voorgaande volgt dat de koper die in verband met zijn stelplicht probeert uiteen te zetten wat er zou zijn gebeurd als de makelaar de juiste netto woon- of gebruiksoppervlakte had opgegeven, het niet gemakkelijk heeft. Het minst complex zal voor hem zijn om aan te geven waarop hij waarschijnlijk zelf als eerste zou hebben aangestuurd: verlaging van de koopprijs of een alternatief waarbij de woning niet zou zijn gekocht; dat aankleden met concrete feiten en omstandigheden zal vaak al een stuk lastiger zijn. Ik zeg: waarop hij waarschijnlijk zou hebben aangestuurd. Ik meen dat we een koper die het zo formuleert niet hard behoren te vallen; die formulering zou een teken van oprechtheid en realiteitszin kunnen zijn. Lang niet alle kopers hebben voorafgaand aan hun koopbeslissing alle beschikbare alternatieven grondig in kaart gebracht. Vaak stopt het zoeken nadat voor een bepaalde woning liefde is ontstaan. Naar aanleiding van de tegenvaller van een kleinere woon- of gebruiksoppervlakte zou de liefde hebben kunnen bekoelen. Nieuwe tegenvallers, nu wat betreft alternatieven, zouden de koper eventueel ertoe hebben kunnen brengen om tóch de woning te willen kopen. Hoeveel kopers kunnen eerlijk volhouden precies te kunnen zeggen wat ze zouden hebben gedaan?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52688fe3bdf9f848cca0894cd828a4ec16bdcd2c9c9cb8b527d6c3d78f54e959. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52688fe3bdf9f848cca0894cd828a4ec16bdcd2c9c9cb8b527d6c3d78f54e959, en de alinea staat in dat document op bytes 55793 tot 57119.