Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2021

Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2021, ECLI:NL:PHR:2021:589.

Dat het drinkwaterbedrijf bij de inrichting van het door hem gehanteerde tarieven- en voorwaardenstelsel op grond van de wet een ruime vrijheid toekomt, is juist, zoals hiervoor opgemerkt, maar die vrijheid bestaat alleen binnen het kader van de Drinkwaterwet en is nu juist uitdrukkelijk begrensd tot onder meer de gevallen waarin geen sprake is van discriminerende tarieven en voorwaarden. Genoemde vrijheid betekent mijns inziens dat het waterleidingbedrijf mede een zekere beoordelingsmarge heeft met betrekking tot de feiten, maar er is geen aanwijzing dat het hof het bestaan van die marge bij zijn oordeel heeft miskend. Zijn oordeel komt immers erop neer dat bij de door hem vastgestelde feiten duidelijk sprake is van discriminatie. Van feiten die op dit punt mogelijk anders zouden kunnen worden gewogen, is dus geen sprake; het subonderdeel voert die ook niet aan. Uit het feit dat de overheid toezicht houdt op de naleving van de uit de wet volgende verplichtingen, volgt niet dat de rechter (meer) terughoudend dient te zijn bij zijn toetsing. Ook deze klacht is dus ongegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2305522507716125b8ea3bc3571ad6f5e5681df2220ab530920d395e577406e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2305522507716125b8ea3bc3571ad6f5e5681df2220ab530920d395e577406e, en de alinea staat in dat document op bytes 71382 tot 72485.