Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2021

Onder 3 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2021, ECLI:NL:PHR:2021:698.

2.1 In haar akte heeft [verhuurder] het hof verzocht om terug te komen op het oordeel dat de WKO-installatie en de afleverset een onroerende aanhorigheid zijn als bedoeld in art. 7:233 BW. Volgens [verhuurder] heeft het hof zijn oordeel mede gebaseerd op argumenten die niet door [huurders] zijn aangevoerd. Verder wijst [verhuurder] er op dat een verwarmingsinstallatie geen verplicht onderdeel van een verhuurde woonruimte is en dat het gerechtshof in Den Haag op 16 mei 2017 (ECLI:NL:GDHA:2017:1541) oordeelde dat een woning zonder warmteset niet als onvoltooid hoeft te gelden. Het is gebruikelijk dat een huurder leveringsovereenkomsten sluit met leveranciers van nutsvoorzieningen. Het vastrecht maakt altijd deel uit van die overeenkomsten. Op grond van het Besluit huurprijzen woonruimte mogen naast de kale huurprijs bij de huurder bedragen in rekening worden gebracht voor de WKO-installatie. Hierin ziet [verhuurder] een aanwijzing voor de juistheid van haar stelling dat de WKO-installatie geen onroerende aanhorigheid is. Verder wijst [verhuurder] op het vonnis van 10 juli 2018 van de rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2018:3499) en de brief van de minister van Economische Zaken en Klimaat aan Aedes van 23 februari 2018 over de wijziging van de Warmtewet (Kamerstukken II, 2017/18, 34723, 28). Volgens [verhuurder] volgt uit de huurovereenkomst niet dat de WKO-installatie en de afleverset tot het door [huurders] gehuurde behoren en heeft het hof ten onrechte niet bij zijn oordeel betrokken de huurovereenkomst en de daaromtrent bestaande verwachtingen. Het hof is volgens [verhuurder] ook zonder enige motivering voorbij gegaan aan haar argument dat de situatie van [huurders] vergelijkbaar is met die waarin een huurder een aansluiting krijgt voor gas en elektriciteit voor zijn huurwoning, in welk geval de huurder ook vastrecht betaalt. Het oordeel van het hof leidt ertoe dat [huurders] geen vastrecht voor de WKO-installatie behoeven te betalen, maar dat is strijdig met het Niet Meer Dan Anders-principe dat ten grondslag ligt aan de Warmtewet. Ook heeft het hof het partijdebat miskend waarin [huurders] hebben erkend dat zij, wanneer zij een leveringsovereenkomst met BTES zouden hebben gesloten, aan BTES vastrecht hadden moeten betalen. Ten onrechte is niet gemotiveerd waarom het niet relevant is of ter zake van de WKO-installatie een opstalrecht is gevestigd, aldus tot zover [verhuurder].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06290c4a039b4381abcb5fd2de5a51ef8758c38e6a8a2ab7936550cc481556e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06290c4a039b4381abcb5fd2de5a51ef8758c38e6a8a2ab7936550cc481556e2, en de alinea staat in dat document op bytes 71347 tot 73814.