Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2021

Onder 10.4. Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:74.

Bij zijn bespreking van de later blijkende meinedigheid of valsheid in een belastende verklaring als herzieningsgrond benadrukt Strijards dat de beweringslast op de aanvrager drukt. Deze zal aannemelijk moeten maken dat een getuige opzettelijk in strijd met de waarheid een belastende verklaring heeft afgelegd, aldus Strijards. Dat is niet onmogelijk. Hij wijst in dat kader op de zaak die leidde tot het arrest van de Hoge Raad met nr. 4491, waarin de aanvrager “overtuigend [kon] wijzen op een weloverwogen complot, gesmeed om requestrant [de aanvrager, AEH] erin te luizen op een valse beschuldiging van deelneming aan een groot complex van inbraken”, waarbij “een diepgewortelde rancune van een van de hoofdgetuigen à charge – zèlf deelnemer aan de inbraken – jegens (…) [de aanvrager] een rol [speelde]”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c019d727e75ce09482fb711c858cd2918547d207ac15dd45379907298f493d90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c019d727e75ce09482fb711c858cd2918547d207ac15dd45379907298f493d90, en de alinea staat in dat document op bytes 407957 tot 408860.