Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2021

Onder 6.3 Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2021

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2021, ECLI:NL:PHR:2021:757.

De rechter dient een wettelijke bepaling ambtshalve toe te passen indien dit volgt uit het Nederlandse recht en/of omdat het Unierecht dit vereist. Het Nederlandse recht schrijft een ambtshalve onderzoek voor, voor zover thans van belang, (i) met het oog op de beoordeling of voldoende is gesteld voor toewijzing van de vordering, (ii) de ambtshalve aanvulling van rechtsgronden op de voet van art. 25 Rv, (iii) de ambtshalve toepassing van bepalingen van openbare orde en (iv) in een aantal overige gevallen. Voorts biedt (v) art. 139 Rv de rechter in verstekzaken enige speelruimte. Het Unierecht volgt ten aanzien van ambtshalve toetsing in beginsel het nationale recht, maar soms vereist het Unierecht ambtshalve toetsing ook indien het nationale recht daarin niet voorziet. Dit kan volgen uit het effectiviteitsbeginsel en het gelijkwaardigheidsbeginsel. De toetsing kan betrekking hebben op (vi) een bepaling van Unierecht die tevens een bepaald rechtsgevolg voorschrijft dan wel op (vii) een bepaling van Unierecht waaraan het nationale recht een bepaalde remedie verbindt. Ik bezie hierna of deze gronden relevant kunnen zijn voor de informatieplichten van de Richtlijn CR.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65bbb371826d477338bb08b3d549f6ebeea8c9c2226ba22675665b5769ca708a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65bbb371826d477338bb08b3d549f6ebeea8c9c2226ba22675665b5769ca708a, en de alinea staat in dat document op bytes 141316 tot 142766.