Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2021
Onder 6.8 ( Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2021
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 augustus 2021, ECLI:NL:PHR:2021:757.
v) Art. 139 Rv biedt de rechter in verstekzaken een zekere ruimte om ambtshalve te beoordelen of de vordering onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Op grond van deze bepaling zou de rechter m.i. op zichzelf in verstekzaken een ruimer beleid ten aanzien van ambtshalve toetsing kunnen hanteren dan in zaken op tegenspraak. Wat betreft ambtshalve toepassing van dwingende wetsbepalingen van consumentenrecht, blijkt uit de rechtspraak van de Hoge Raad echter geen principieel verschil tussen verstekzaken en zaken op tegenspraak. Voor beide soorten zaken geldt blijkens deze rechtspraak in hoofdlijnen hetzelfde. Dit impliceert naar mijn mening dat het beleid in verstekzaken niet per definitie ruimer dient te zijn dan in zaken op tegenspraak (al kan de rechter in elke verstekzaak beoordelen of er reden is om de door art. 139 Rv geboden speelruimte te benutten). Voor de beantwoording van de prejudiciële vragen ga ik er daarom vanuit, dat ook bij toepassing van art. 139 Rv in beginsel aansluiting moet worden gezocht bij een van de andere besproken gronden voor ambtshalve toetsing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65bbb371826d477338bb08b3d549f6ebeea8c9c2226ba22675665b5769ca708a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65bbb371826d477338bb08b3d549f6ebeea8c9c2226ba22675665b5769ca708a, en de alinea staat in dat document op bytes 153080 tot 154369.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/65bbb371826d477338bb08b3d549f6ebeea8c9c2226ba22675665b5769ca708a | shasum -a 256